Coalitieakkoord 2026-2030

We starten een nieuwe bestuursperiode. Een periode waarin veel tegelijk op ons afkomt. Barneveld groeit en verandert. Dat zien we in onze dorpen en wijken. Op de woningmarkt, in het buitengebied en in de druk op voorzieningen en zorg. Groei biedt kansen. Maar het vraagt ook om richting, duidelijke keuzes en samenhang. Daarom werken wij vanuit het motto:

Samen bouwen aan een bloeiende en sterke samenleving
Met realisme en oog voor elkaar

Dit motto laat zien waar we voor staan en hoe we willen besturen:

  • We bouwen samen aan een samenleving die stevig is én tot bloei komt. Waar mensen naar elkaar omzien, verantwoordelijkheid nemen en zich thuis voelen. Waar ruimte is om te ondernemen, te groeien en samen verder te komen;
  • Bloeiende en sterke gemeenschappen zijn de kern van de gemeente Barneveld. Bloei staat voor ontwikkeling, vitaliteit en toekomst. Kracht staat voor veerkracht, saamhorigheid en het vermogen om ook moeilijke tijden aan te kunnen;
  • Met ‘samen’ benadrukken we het belang van het goed in verbinding zijn: met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, raad, college en de ambtelijke organisatie. Alleen zo komen we tot oplossingen die in de praktijk werken;
  • Met realisme en oog voor elkaar betekent dat we rekening houden met beperkte financiële ruimte en capaciteit en scherpe keuzes maken, met focus op uitvoeringskracht. Tegelijk houden we oog voor elkaar en zien we bovenal de mensen achter de opgaven. 

Barneveld in beweging

Barneveld is een dynamische en sterk ontwikkelende gemeente. We groeien door naar ongeveer 80.000 inwoners in 2040. Dat raakt alles: gemeenschapszin en samenredzaamheid, wonen, ruimte, zorg, bereikbaarheid, economie en het landelijk gebied. Daarbij worden de vraagstukken ingewikkelder. We hebben te maken met vergrijzing, schaarse ruimte, volle elektriciteitsnetten, nieuwe wetgeving en meer regionale afhankelijkheid.
Kenmerkend en tegelijk ook helpend daarbij voor Barneveld is de nuchtere manier waarop we dingen aanpakken. Onze kracht zit in ondernemerschap en sterke gemeenschappen. Inwoners in dorpen en wijken zijn gewend ruimte met elkaar te delen en rekening te houden met elkaar. Gewoon doen, maar wel samen.
Die houding geeft ons houvast in een tijd van verandering. We willen behouden wat ons typeert én vooruitkijken. Dat alles betekent dat we aan de slag gaan met:

  • groei die past bij onze dorpen en wijken;
  • betaalbare en uitvoerbare preventie, ondersteuning en zorg;
  • voldoende en passende woningen;
  • goede voorzieningen ondersteunend aan onze gemeenschappen; 
  • een toekomstbestendig landelijk gebied;
  • goede bereikbaarheid;
  • bevorderen van ondernemerschap in een sterke economie;
  • scherpe keuzes binnen beperkte middelen.

We zijn eerlijk: niet alles kan. De stapeling van opgaven, samen met onze beperkte financiële ruimte en uitvoeringskracht, dwingt ons tot scherpe keuzes. We stellen prioriteiten, zoeken samenhang en werken samen: lokaal, regionaal en daarbuiten.

Een coalitieakkoord op hoofdlijnen

Dit coalitieakkoord geeft de hoofdlijnen. Het beschrijft de richting die wij samen kiezen en wat wij belangrijk vinden. We werken dit niet tot in detail uit. Dat doen we bewust. Zo houden we ruimte om samen met de gemeenteraad de hoofdlijnen verder uit te werken, keuzes te maken en bij te sturen waar dat nodig is. Daarvoor bereidt het nieuwe college een bestuursprogramma 2026–2030 voor, dat in het najaar aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De raad bespreekt het programma, scherpt het aan, vult het waar nodig aan en stelt het vast. In het bestuursprogramma maken we onze plannen concreet: wat we doen, hoe we dat doen en wanneer.
Tijdens de voorbereiding gaan we hierover graag tijdig in gesprek met de gemeenteraad. We denken daarbij aan een aparte commissievergadering in de maand juni. We kiezen bewust voor de term ‘bestuursprogramma’ en niet voor collegeprogramma. Daarmee willen we aangeven dat dit geen stuk van alleen het college is, maar van ons samen: raad én college. We bepalen gezamenlijk de koers en staan samen voor de uitvoering. Zo zorgen we dat onze plannen niet alleen ambitieus zijn, maar ook realistisch en uitvoerbaar.

Bestuursstijl

De opgaven waar we voor staan vragen om een duidelijke manier van werken. Wij kiezen voor een bestuursstijl die draait om daadkracht, openheid en samenwerking. We zijn in verbinding met onze inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en andere overheden. En we werken nauw samen met de gemeenteraad. We zorgen voor duidelijke rollen, tijdige betrokkenheid en voorspelbare besluitvorming. We leggen onze keuzes helder uit. Ook als niet iedereen krijgt wat hij wil. Juist dan is het belangrijk om eerlijk en transparant te zijn. We besturen met een uitgestoken hand. We respecteren verschillende meningen en nemen samen verantwoordelijkheid voor de keuzes die nodig zijn.
Kortom: we kiezen voor een bestuursstijl die duidelijk, resultaat- en mensgericht is. 

Samen leven en werken vanuit respect en vertrouwen

Het gaat niet alleen om wat we afspreken in beleid, maar vooral om hoe we in Barneveld met elkaar werken aan de opgaven van de toekomst.

Onze gemeente is een prachtige en krachtige gemeente met een grote verscheidenheid aan inwoners die op verschillende manieren invulling geven aan hun dagelijks leven. Wij hebben respect voor ieders geloofs- en levensovertuiging en streven ernaar dat er voor iedereen ruimte is om daar invulling aan te geven. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat veel inwoners hechten aan de zondag als rustdag. Wij realiseren ons dat er inwoners zijn die behoefte hebben aan méér faciliteiten, ook of juist op zondag, voor recreatie en ontspanning. We respecteren de in de gemeente Barneveld levende gevoelens ten aanzien van de zondagsrust. Wij handhaven het ambtsgebed aan het begin en einde van elke raadsvergadering. Wederzijds respect en ruimte van inwoners naar elkaar toe is vanzelfsprekend. Daarmee leven we echt samen en geven wij kleur en kracht aan onze samenleving.

Tenslotte, met dit akkoord geven wij richting aan voor de komende bestuursperiode. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zien waar we keuzes maken, waar we samenwerken en waar onze grenzen liggen. Niet alles verandert meteen. Maar we nemen besluiten die begrijpelijk zijn en die we goed kunnen uitleggen. Zo werken we samen aan een gemeente Barneveld waar het prettig wonen, werken en samenleven is. We hebben respect voor ons verleden, oog voor wat nu nodig is en aandacht voor wat morgen vraagt.

Namens SGP
Jan Top

Namens CDA
Daan de Vries

Namens ChristenUnie
Joël Verstoep

Namens BBB
Theo Bos

Barneveld gaat een bestuursperiode in waarin groei en toenemende complexiteit samenkomen. De gemeente ontwikkelt zich al jaren sterk en groeit door richting circa 80.000 inwoners in 2040. Groei brengt economische dynamiek en versterkt de vitaliteit van dorpen, terwijl we tegelijkertijd blijven letten op de balans met de gemeenschapszin. Tegelijk neemt de druk toe op wonen, bereikbaarheid, voorzieningen, energievoorziening en zorg. Binnen deze context moeten we de komende jaren keuzes maken.

Groei raakt onze hele leefomgeving en samenleving

Barneveld groeit en verandert. We blijven aantrekkelijk voor gezinnen en ondernemers, maar we vergrijzen ook. Daardoor blijft de vraag naar woningen hoog, neemt de vervoersvraag toe en groeit de behoefte aan zorg en ondersteuning. Nieuwe wijken en veranderingen in dorpen vragen om een goede balans tussen ruimte, voorzieningen en hoe mensen samenleven. 
Groei gaat dus niet alleen over ruimte en economie, maar ook over leefbaarheid en de kracht van onze gemeenschap.

Toenemende afhankelijkheden

Veel van wat we willen bereiken, kunnen we niet alleen. We zijn afhankelijk van keuzes van het Rijk en de provincie, en van ontwikkelingen daarbuiten.
Beleid van andere overheden rond wonen, stikstof, energie, defensie, zorg en migratie werkt direct door in wat wij lokaal kunnen doen. Ook wereldwijde ontwikkelingen hebben lokale gevolgen en maatschappelijke impact. Daarnaast maken we deel uit van regionale verbanden. Opgaven rond wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen houden niet op bij de gemeentegrens. Samenwerking is daarom nodig, maar maakt het ook complexer.

Opgaven grijpen in elkaar

De opgaven waar we voor staan, staan niet los van elkaar. Wat we doen op het gebied van wonen en ruimte, heeft invloed op zorg, leefbaarheid en veiligheid - en andersom. De inrichting van wijken beïnvloedt bijvoorbeeld gezondheid en ontmoeting. Ontwikkelingen in zorg en ondersteuning stellen weer eisen aan woningen en de leefomgeving. Ook economische keuzes vragen om een goede balans met bereikbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Omdat alles met elkaar samenhangt, kunnen we keuzes niet los van elkaar maken.

Kiezen wat echt telt

We kunnen niet alles tegelijk. Schaarste aan ruimte, geld en capaciteit bepaalt wat mogelijk is. Ook regels en fysieke grenzen, zoals netcongestie en stikstof, spelen daarin een rol. Tegelijk stijgen de kosten, vooral in het sociaal domein, terwijl inkomsten en rijksbijdragen onzeker zijn. Daarom maken we duidelijke keuzes over wat we wél en niet doen. We stellen prioriteiten en richten ons op wat nu het meest bijdraagt en uitvoerbaar is.

Verantwoorde groei met duidelijke accenten

De aanpak van verantwoorde groei blijft ons vertrekpunt. We blijven bouwen aan een sterk Barneveld, maar doen dat bewust: in samenhang, met oog voor haalbaarheid en met respect voor wat onze gemeente kenmerkt. Tegelijkertijd verandert de context. De druk op ruimte, voorzieningen en financiën neemt toe. Dat vraagt niet om méér beleid, maar om scherpere keuzes en een andere manier van werken. In deze bestuursperiode leggen we daarom duidelijke accenten.

1. Uitvoering en realisme voorop

De komende periode richten we ons vooral op het uitvoeren van plannen. We richten ons op wat we echt kunnen realiseren en maken daarin duidelijke keuzes. Dat betekent dat we alleen starten wat uitvoerbaar is en dat we ambitie verbinden aan capaciteit en middelen. We kiezen bewust voor een tempo dat we kunnen volhouden. Voor inwoners is het belangrijker dát er iets gebeurt. 

2. Duidelijke keuzes en uitlegbaar bestuur

We zijn helder over wat wel en niet kan. Niet alles kan tegelijk, en sommige dingen kunnen niet.
We maken keuzes en spreken die ook uit. Daarbij hoort dat we soms ‘nee’ zeggen. Dat doen we niet afstandelijk, maar in verbinding en met een duidelijke uitleg. Juist door duidelijk te zijn, blijven we betrouwbaar en voorspelbaar.

3. Preventie en lange termijn centraal

We leggen meer nadruk op voorkomen in plaats van achteraf oplossen. In de fysieke leefomgeving betekent dit dat we kiezen voor kwaliteit en toekomstbestendigheid: we bouwen en ontwikkelen met het oog op de lange termijn. In het sociaal domein zetten we sterker in op preventie, vroegsignalering en het versterken van netwerken. We investeren meer in het voorkomen dat problemen ontstaan. Daarbij zien we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties als een belangrijk deel van de oplossing. We ondersteunen waar nodig, maar gaan uit van de kracht in de samenleving.
Tegelijkertijd vraagt deze koers om het hanteren van een reëel spanningsveld. Investeren in preventie en lange termijn betekent vaak dat de kosten nu worden gemaakt, terwijl de baten pas later zichtbaar worden. Dat vraagt om financieel realisme en bestuurlijke keuzes. We blijven sturen op houdbare financiën, maar durven tegelijkertijd gericht te investeren waar dit op termijn leidt tot betere maatschappelijke resultaten en lagere kosten. Zo zoeken we steeds de balans tussen wat vandaag nodig is en wat voor morgen verstandig is.

4. Van uitvoeren naar regie: initiatief centraal

We doen als gemeente niet alles zelf. We maken bewust de beweging naar meer regie naast zelf uitvoeren, bijvoorbeeld bij de woningbouwopgave. Initiatief ligt in de eerste plaats bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Als gemeente staan we ernaast: we geven ruimte, verbinden en helpen mogelijk maken. Waar dat kan, laten we los en vertrouwen we op de kracht van de samenleving. Waar publieke belangen onder druk staan of samenhang nodig is, stellen we kaders en sturen we bij. Zo houden we de balans tussen ruimte geven en verantwoordelijkheid nemen.
Deze manier van werken werkt door in al onze opgaven, zowel in het sociaal domein als in de fysieke leefomgeving. Het vraagt ook iets van onze organisatie: eenvoudiger processen, minder regels en meer vertrouwen. Zo maken we het makkelijker om goede ideeën ook echt tot uitvoering te laten komen en sluiten we aan bij de kracht van Barneveld.

Van koers naar uitvoering

Met deze accenten geven we concreet invulling aan de koers van verantwoorde groei. We kiezen voor een aanpak die realistischer, duidelijker en meer gericht is op uitvoering en samenwerking. In de volgende hoofdstukken vertalen we dit naar concrete opgaven binnen het sociaal domein, de fysieke leefomgeving en de bestuurlijke en organisatorische kant. We hebben aangesloten op de indeling van het Overdrachtsdocument. Aansluitend schetsen we het financiële perspectief en de vervolgstappen richting uitvoering. 

3.1 Sociale opgaven

Met de recent vastgestelde Visie Sociaal Domein 2040 ligt er een duidelijke basis voor de komende bestuursperiode. Wij geven de komende jaren prioriteit aan de concrete uitvoering van deze visie. 

Per opgave uit de Visie Sociaal Domein en voor Openbare orde en veiligheid beschrijven we in deze paragraaf van het coalitieakkoord onze ambitie en de hoofdlijnafspraken. Bij deze opgaven vormen de uitgangspunten uit de Visie Sociaal Domein het kompas voor onze manier van werken en samenwerking met inwoners en partners.  

Hoofdlijnenafspraken

Doorontwikkeling van de uitvoering (gemeentelijke uitvoering en preventieve veld)

  • We werken aan een uitvoering die beter aansluit bij de leefwereld van inwoners, zodat hun hulpvraag voorop staat in plaats van regels en systemen.
  • We maken de toegang tot ondersteuning herkenbaar en eenvoudiger en organiseren de ondersteuning meer samenhangend, over domeinen heen, binnen de gemeente en in nauwe samenwerking met partners. Dit kan ook een rolverschuiving betekenen tussen de gemeente en maatschappelijke partners.
  • We zetten in op het versterken van het strategisch partnerschap tussen de gemeente en het preventieve veld. We ontwikkelen het preventieve veld tot een samenhangend netwerk en sturen op de verdere doorontwikkeling van deze organisaties, zodat zij hun rol goed kunnen vervullen. Daarbij streven we naar gezamenlijke huisvesting om de samenwerking te versterken.

Versterken van de beweging naar de samenleving

  • We werken toe naar een grotere rol van inwoners en netwerken, volgens het principe zelf–samen–gemeente.
  • We geven ruimte aan initiatieven uit de samenleving en faciliteren en ondersteunen deze actief waar nodig, zonder het eigenaarschap over te nemen. We zijn duidelijk over onze rol, de kaders die we stellen en de manier waarop we initiatieven ondersteunen, ook financieel. 
  • We versterken de rol van het preventieve veld in het ondersteunen en aanjagen van inwonersinitiatieven.

Meer inzet op collectieve voorzieningen

  • We zetten waar mogelijk in op collectieve boven individuele voorzieningen. Hiermee versterken we onderlinge steun en zorgen we dat mensen meer voor elkaar kunnen betekenen. Zo ondersteunen we inwoners zo licht mogelijk.

Opgave 1: Verbondenheid in groeiende gemeenschappen

Ambitie: De gemeente Barneveld heeft een sterke sociale samenhang, maar de groei van de dorpen brengt uitdagingen met zich mee. We zetten ons in voor een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, gerespecteerd wordt, mee kan doen, waarin niemand buitengesloten wordt en de gemeenschapskracht sterk blijft.

Hoofdlijnenafspraken:

  • We versterken de sociale samenhang in nieuwe en bestaande wijken. We zetten in op ontmoeting, herkenning en verbinding, zodat iedereen zich thuis voelt en de samenredzaamheid wordt versterkt.
  • Ontmoetingsplekken zijn belangrijk voor de samenhang in onze dorpen. Naast dorpshuizen vinden we ook kleinschalige ontmoetingsplekken in de buurt belangrijk (zie ook opgave Prettig Leven in Vitale dorpen). 
  • We continueren de inzet uit het beleidskader inclusie en de daaruit voortvloeiende aandachtsgroepen. We stimuleren en ondersteunen verbindende activiteiten die bijdragen aan ontmoeting, begrip en meedoen.
  • Verenigingen zijn belangrijk voor ontmoeting, verbinding en een sterke, gezonde gemeenschap. We willen hun maatschappelijke waarde beter benutten. Dat doen we samen: verenigingen zetten zich in, de gemeente ondersteunt waar nodig en helpt hen sterker te worden. 
  • We hebben grote waardering voor de inzet en creativiteit van inwoners, verenigingen, kerken en lokale initiatieven. We maken zichtbaar wat zij in onze samenleving tot stand brengen, bijvoorbeeld in de publieke ruimte. 
  • We zien sport en bewegen als basis voor een bloeiende gemeenschap, opgroeien, gezondheid en vitaliteit. Onze inzet richt zich vooral op de breedtesport, met een toegankelijk aanbod voor veel inwoners. We vertalen de bijdragen van sport en bewegen aan de doelen uit de visie sociaal domein in een aantal concrete uitvoeringslijnen in het bestuursprogramma. 
  • Cultuur heeft een brede waarde voor de gemeenschap in divers opzicht. Daarom continueren we ons cultuurbeleid. We zorgen ervoor dat culturele basisvoorzieningen meegroeien met de gemeente. 
  • Wij handhaven de exploitatieafspraken met het Schaffelaartheater. We onderzoeken wat nodig is zodat het pand toekomstbestendig wordt en een bredere maatschappelijke rol kan vervullen. Dit doen we ook in samenwerking met andere (en mogelijk nieuwe) gebruikers van het pand.
  • We waarderen mantelzorgers. We zien dat veel mantelzorgers nu al zwaar belast zijn. Daarom zorgen we dat er meer, tijdig en passende ondersteuning komt, zodat overbelasting zo veel mogelijk wordt voorkomen.

Opgave 2: Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen

Ambitie: We willen dat alle inwoners gelijke kansen hebben om mee te doen en zich te ontwikkelen. We zien dat de verschillen tussen inwoners toenemen en dat niet iedereen dezelfde kansen heeft. Dat vinden we onwenselijk. Daarom zetten we in op het verkleinen van deze verschillen en op het versterken van bestaanszekerheid. We zorgen dat inwoners kunnen rekenen op passende ondersteuning en nemen onze verantwoordelijkheid voor mensen die bescherming nodig hebben.

Hoofdlijnenafspraken:

  • We zetten extra in op het verkleinen van verschillen tussen wijken en buurten, bijvoorbeeld op het gebied van eenzaamheid, gezondheid en moeite met rondkomen. Dit doen we door inzet en budgetten gerichter toe te passen, extra te investeren en de fysieke leefomgeving meer prioriteit te geven in buurten die dit nodig hebben.
  • We willen dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid. Daarom gaan we door met het programma bestaanszekerheid, gericht op: meer financiële zekerheid en minder geldzorgen, betere gezondheid en meer zekerheid van een betaalbare en passende woning.
  • We vergroten samen met partners het bereik van onze regelingen voor bestaanszekerheid, zodat inwoners die dit nodig hebben tijdig worden bereikt en ondersteund. Daarnaast wijzen we het Rijk op onwenselijke gevolgen van landelijk beleid, zoals bijvoorbeeld bij de toegankelijkheid van mondzorg.
  • De kosten van de jeugdzorg lopen op en steeds meer kinderen en jongeren hebben ondersteuning nodig, ook in onze gemeente. Dat vraagt om verandering. We gaan daarom door met de uitvoering van ons lokaal plan Hervormingsagenda Jeugd. Daarbij zetten we in op: het versterken van de pedagogische basis, betere samenwerking tussen onderwijs en ondersteuning, het vergroten van de effectiviteit van jeugdhulp en het bevorderen van door- en uitstroom, het versterken van de toegang tot jeugdhulp en ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien.
  • Goed onderwijs is cruciaal voor het opgroeien en ontwikkelen van kinderen. We zetten in op een toegankelijk en divers onderwijsaanbod, waaronder openbaar onderwijs.
  • We versterken de structurele samenwerking tussen onderwijs, gemeente en jeugdhulp (onder andere via het Platform Jeugd), zodat signalen vroegtijdig worden opgepakt en kinderen en jongeren tijdig passende ondersteuning krijgen. Kansengelijkheid staat daarbij centraal. We differentiëren onze inzet per school en doelgroep en zorgen voor gerichte ondersteuning waar die het hardst nodig is. 
  • Veiligheid in en rondom scholen is een belangrijk aandachtspunt. We werken samen met scholen, ouders en partners om een veilige en prettige schoolomgeving te waarborgen. 
  • Werk is een belangrijke manier om mee te doen in de samenleving. Met meer maatwerk, innovatieve initiatieven zoals de pilot Sterk naar Werk, helpen we inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt vooruit. Voor wie betaald werk niet haalbaar is, bieden we passende vormen van meedoen.
  • We ontwikkelen een lokaal Werkcentrum in Barneveld als laagdrempelige plek voor inwoners en werkgevers met vragen over werk, ontwikkeling en personeel. We bouwen voort op de sterke lokale samenwerking en sluiten aan op regionale ontwikkelingen. We investeren in een driejarige pilot en evalueren na afloop of structurele voortzetting wenselijk is.
  • We hebben een grote opgave voor het opvangen van asielzoekers in het kader van de spreidingswet, voor de taakstelling rond Oekraïense ontheemden en voor de huisvesting van statushouders. We houden ons aan de geldende taakstellingen en zetten ons in om deze zorgvuldig te realiseren, samen met inwoners, geloofsgemeenschappen, organisaties en partners.
  • We zetten erop in dat nieuwkomers zo snel mogelijk meedoen in de samenleving, omdat dit beter is voor henzelf én voor de samenleving als geheel. 

Opgave 3: Gezond en weerbaar samenleven

Ambitie: We zetten in op vitale inwoners, houden zorg en ondersteuning toekomstbestendig en zorgen voor een omgeving waarin kinderen en jongeren zich gezond kunnen ontwikkelen. Ouderen zijn een drijvende kracht in onze gemeenschap. Het groeiende aantal ouderen vraagt dat we inzetten op vitaal ouder worden, ook als de zelfstandigheid afneemt.

Hoofdlijnenafspraken:

  • We zetten stevig in op preventie en ondersteuning in het dagelijks leven. Samen met partners benutten we de kracht van de samenleving, zoals verenigingen, kerken, sport en cultuur, zodat vragen en problemen daar zoveel mogelijk worden opgevangen. We zien de waarde van sterke gezinnen en bevorderen het opvoedklimaat en ondersteunen ouders, onder meer met collectieve voorzieningen.
  • We sturen op het voorkomen van verdere groei van het beroep op zwaardere ondersteuning, door te kiezen voor preventieve aanpakken die aantoonbaar bijdragen aan minder ondersteuningsvraag. We zetten hiervoor beschikbare middelen in, zoals bijvoorbeeld middelen uit de van Ark-correctie (compensatie jeugdhulpkosten) en resterende middelen Beschermd Wonen.
  • We versterken de mentale gezondheid en weerbaarheid van jongeren en jongvolwassenen. Daarbij zetten we meer in op preventie, het versterken van ouderschap/relaties en ondersteuning in de leefomgeving.
  • We continueren en verbreden de WISE-aanpak, gericht op het terugdringen van middelengebruik en het bevorderen van mentale gezondheid bij jongeren. We verbreden dit met andere opvoedthema’s rond mentale gezondheid, zoals digitale weerbaarheid.
  • We versterken en professionaliseren het jongerenwerk, met meer gerichte inzet op straat. Zowel op school, op locatie, online als op straat. 
  • We zetten ons in voor een betere samenhang tussen het medisch en sociaal domein bij psychische problematiek. Daarbij hanteren we als uitgangspunt dat ondersteuning zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar is en dat een medische oplossing niet altijd het antwoord hoeft te zijn. 
  • We ontwikkelen een gerichte aanpak voor suïcidepreventie, met aandacht voor vroegsignalering, het doorbreken van taboes en goede samenwerking met partners.
  • We zetten in op het verhogen van de vaccinatiegraad, met respect voor keuzevrijheid. Er zijn grote zorgen over de huidige lage vaccinatiegraad. We zetten extra in op betere informatievoorziening, het wegnemen van drempels en nauwe samenwerking met de GGD en andere partners.
  • De afspraken uit het landelijke Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vragen om intensieve samenwerking met regiogemeenten en partners in het medisch domein, die wij vertalen naar concrete afspraken en uitvoering. Daarbij vragen we nadrukkelijk aandacht voor onze positie als gemeente die met partners in meerdere regio’s te maken heeft.
  • We investeren in een goede relatie met huisartsen en andere zorgpartners en werken domeinoverstijgend samen, bijvoorbeeld via het Gezondheidsnetwerk Barneveld en Hechte Wijkverbanden. 

Opgave 4: Passend woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning

Ambitie: We willen dat iedere inwoner kan beschikken over een passende woning en woonomgeving, met ondersteuning dichtbij wanneer nodig. Wij zetten in op voldoende geschikte woonoplossingen om sociale problematiek te beperken, doorstroming te bevorderen en zorg- en ondersteuningstrajecten te verkorten. 

Hoofdlijnenafspraken:

  • We versterken de samenwerking met het medisch domein, waarbij we grip en regie willen houden op kosten en maatwerk van gemeentelijke vangnetvoorzieningen.
  • We versterken de verbinding tussen het fysieke en sociale domein, zodat wonen, zorg en ondersteuning beter op elkaar aansluiten.
  • We houden waar nodig rekening met de identiteit van inwoners.
  • We stimuleren dat inwoners zich tijdig voorbereiden op het ouder worden, onder andere door aandacht voor hun gezondheid, zelfredzaamheid, woonsituatie en sociaal netwerk. 
  • We verwachten meer eigen regie van inwoners en stimuleren hen om hun netwerk te versterken en tijdig na te denken over hun toekomst, waar nodig ondersteund door de gemeente.
  • We pleiten bij de rijksoverheid voor een inkomensafhankelijke bijdrage in de Wmo, zodat de kosten beter beheersbaar blijven.
  • Soms kan een jeugdige niet thuis wonen. We zetten dan in op zo thuis mogelijk opgroeien. Dat vraagt om het versterken van pleegzorg en het ontwikkelen van nieuwe, passende verblijfsalternatieven. We versterken een soepele en duurzame overgang van verblijf in de jeugdzorg naar zelfstandig wonen.
  • We zetten in op woonvormen die bijdragen aan doorstroming en passende huisvesting in verschillende levensfasen.
  • We evalueren het beleid voor mantelzorgwoningen als onderdeel van de uitvoeringsagenda van de Woonzorgvisie. Op basis daarvan kijken we hoe we (pre)mantelzorgwoningen kunnen stimuleren en vereenvoudigen.
  • We versterken samen met partners de ondersteuningsstructuur rondom zorg en veiligheid in de wijk, zodat signalen op tijd worden opgepakt en inwoners - ook als zij zelf niet om hulp vragen - tijdig passende ondersteuning krijgen. Dit vraagt extra inzet, waaronder bemoeizorg.
  • Tegelijkertijd zetten we in op draagkrachtige, inclusieve wijken waarin ruimte is voor samenleven en onderlinge acceptatie, ook voor mensen met een zorg-of ondersteuningsvraag.

Opgave 5: Veilig samenleven

Ambitie: We willen een gemeente waar iedereen zich veilig voelt en prettig kan samenleven, ook wanneer mensen van elkaar verschillen. We stimuleren verdraagzaamheid en een respectvolle omgang met elkaar, en zorgen dat situaties die de leefbaarheid raken tijdig worden gezien en op een passende manier worden opgepakt. Toezicht en handhaving zijn zichtbaar aanwezig en dragen bij aan een ordelijke, veilige en leefbare omgeving.

Hoofdlijnenafspraken: 

  • We versterken de samenwerking met inwoners en partners, zodat we als samenleving beter toegerust zijn om met veranderende situaties in de buurt om te gaan en mensen kunnen rekenen op passende ondersteuning wanneer dat nodig is.
  • We zorgen voor een sterke en zichtbare BOA inzet. De formatie is de afgelopen jaren gegroeid en is goed op orde. BOA’s hebben een belangrijke preventieve werking in de wijken, met oog voor handhaving en optreden waar dat nodig en mogelijk is.
  • We zetten in op een weerbare samenleving, waarin inwoners, organisaties en gemeente samen werken aan veiligheid, veerkracht en digitale weerbaarheid. We sluiten aan bij bestaande structuren, bevorderen samenredzaamheid en bepalen welke aanvullende stappen de gemeente zet.
  • We vinden het belangrijk dat iedereen zich veilig voelt in onze gemeente. We hebben in het bijzonder aandacht voor de veiligheid van vrouwen. Daarom brengen we in kaart waar knelpunten worden ervaren. We nemen waar nodig gerichte maatregelen, bijvoorbeeld in de fysieke leefomgeving. Daarnaast zetten we in op preventie en respectvolle omgangsvormen, in samenwerking met maatschappelijke partners, onderwijs en verenigingen.
  • Wij handhaven het huidige, goed functionerende evenementenbeleid. We richten ons op het faciliteren van evenementen en maatschappelijke initiatieven op een betere wijze met één duidelijk gemeentelijk aanspreekpunt en passende ondersteuning voor organisatoren.
  • Naast de preventieve aanpak van middelengebruik blijft de handhavende aanpak belangrijk.  

3.2 Fysieke opgaven

Medio 2025 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Barneveld 2040 vastgesteld. Deze visie geeft een beeld van de toekomst van onze gemeente op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Met deze visie ligt er een duidelijke basis voor de komende bestuursperiode. Wij geven de komende jaren prioriteit aan de uitvoering van deze visie.

Per opgave uit de Omgevingsvisie Barneveld 2040 beschrijven we in deze paragraaf van het coalitieakkoord onze ambitie en de hoofdlijnafspraken.

Hoofdlijnenafspraken:

Over ambitieniveau zelf doen versus meer werken op basis van regie in gebiedsontwikkeling

  • We willen de huidige aanpak bijsturen richting meer en sterker werken op basis van regie. Dat betekent ruimte geven aan markpartijen en corporaties en meer op basis van heldere kaders sturen op resultaat.  
  • We blijven actief optreden als gemeente met grondposities, maar gaan dat gerichter doen binnen een strakker financieel kader (zie ook hoofdstuk 4).  

Opgave 6: Een gezond en toekomstbestendig Barneveld

Ambitie: Wij willen een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving realiseren. In die ruimte moeten ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid elkaar versterken. Wij willen zuinig omgaan met grondstoffen, materialen, grondwater, drinkwater, hemelwater en het milieu. 

Hoofdlijnenafspraken:

  • Een gezonde leefomgeving is noodzakelijk voor het behalen van onze sociale doelen en draagt bij aan sterke en vitale gemeenschappen. Daarom willen we het aspect gezondheid sterker betrekken bij gebiedsontwikkelingen. 
  • We proberen iedere vrager van energie te voorzien. We gebruiken meerdere energiebronnen (energiemix) en hanteren niet een specifieke volgorde. We gaan zoveel mogelijk voor het concept waarbij lokaal duurzaam opgewekte energie op een bewuste manier lokaal wordt gebruikt. 
  • We willen stimuleren dat nieuwe woningen en bedrijven netbewust worden gebouwd. Verder zoeken we naar slimme oplossingen om het energiesysteem stabiel te houden en de pieken in het elektriciteitsnet te verminderen. 
  • We stimuleren zuinig drinkwatergebruik zodat het gemiddelde drinkwatergebruik per huishouden afneemt. 
  • Ons uitgangspunt is om geen strengere voorwaarden te hanteren bovenop de wet- en regelgeving ten aanzien van milieu om de planvorming en uitvoering van ontwikkellocaties niet te vertragen. 
  • We gaan door met het beleid van afvalinzameling dat recent is vastgesteld. Afvalinzameling blijven wij in eigen beheer houden. Na realisatie van de nieuwe milieustraat, kunnen inwoners daar weer laagdrempelig zonder afspraak terecht. 
  • Het maaien van gazons gaan wij zelf uitvoeren. Daarbij letten wij op biodiversiteit én efficiëntie. We willen proactiever communiceren dat inwoners met ons afspraken kunnen maken om zelf gedeelten van het openbaar groen te onderhouden. 
  • Wij maken een afweegkader voor kappen en herplanten van bomen. Wij willen dat in dat afweegkader kosten, kwaliteit, duurzaamheid en functionaliteit met elkaar in balans zijn. We voeren een inhaalslag uit met betrekking tot het compenseren van bomen die in de afgelopen jaren zijn gekapt.
  • Wij geven uitvoering aan het Klimaatadaptatieplan om in 2050 klimaatadaptief te zijn. Voorgenomen fysieke maatregelen bezien we op financiële haalbaarheid. 
  • Bij projecten waarbij wegen opnieuw worden ingericht willen we bewoners en bedrijven de hemelwaterafvoer verplicht laten afkoppelen. Dat is beter tegen verdroging en het bespaart aanlegkosten van riolering. Wij ontzorgen inwoners hier zoveel mogelijk bij. 

Opgave 7: Prettig leven in vitale dorpen

Ambitie: Wij willen dat alle dorpen in Barneveld vitaal en leefbaar blijven, met sterke gemeenschappen en voldoende voorzieningen zodat inwoners er prettig kunnen wonen, werken en meedoen. Onze ambitie is een onverminderd hoog bouwtempo waarbij een balans wordt gevonden in aanbod voor inwoners van verschillende achtergronden en uiteenlopende bestedingsruimte. 

Hoofdlijnenafspraken:

  • Wonen vormt in zowel de Visie Sociaal Domein als de Omgevingsvisie Barneveld 2040 één van hoofdopgaven. Wij willen deze opgave met kracht aanpakken, waarbij de Omgevingsvisie voor wonen en ruimtelijke ordening het uitgangspunt vormt. 
  • We koersen qua aantal nieuwe woningen op de ambitie uit de Omgevingsvisie: 8.000 woningen erbij tot 2040. We leggen de focus daarbij op de aanpak: wat is nodig om beter tot realisatie te komen en te voldoen aan de nieuwe verplichtingen van het Rijk? We kiezen daarbij voor meer werken op basis van regie en gebruik te maken van de mogelijkheden die de markt biedt (bijvoorbeeld: uitwerking van bouwplannen door marktpartijen). We willen verder de eisen voor woningbouw terugdringen, bijvoorbeeld door minder eisen te stellen aan ruimtelijke kwaliteit op bepaalde locaties.
  • We gaan aan de slag met de bouwlocaties – inbreiding en uitbreiding – uit de Omgevingsvisie, maar willen ook ruimte bieden voor andere goede plannen als die aansluiten op de Omgevingsvisie en de gemeentelijke fasering van woningbouwplannen. 
  • We zetten meer in op het beter benutten van bestaande bebouwing (transformatie, woningsplitsing, etc.) en vereenvoudigen de gemeentelijke regels hiervoor. 
  • We willen meer variatie in onze woningvoorraad om starters en senioren gerichter en daarmee beter te kunnen bedienen. Dit helpt ook de doorstroming op gang te brengen.  
  • Daarnaast zetten we actief in op nieuwe en innovatie vormen van huisvesting en tijdelijke woningen om te kunnen voorzien in de behoefte van diverse groepen. Daarmee willen we de druk op de woningmarkt verlichten. We gaan de komende periode in ieder geval twee concrete plannen met flexconcepten uitvoeren. 
  • Wij hebben oog voor de huisvesting van diverse aandachtsgroepen. We zorgen voor voldoende, passende en betaalbare woonruimte. Daarbij nemen wij ons aandeel in de regionale afspraken voor de huisvesting van groepen met een wettelijke urgentie. We willen een realistischer en flexibeler beleid opstellen voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
  • Op het gebied van grondbeleid gaan we voor een gezonde mix van faciliterend en actief beleid. Hierbij hoort ook het gericht inzetten van voorkeursrecht en andere instrumenten, waarbij we zorgvuldig omgaan met de belangen van grondeigenaren (duidelijkheid en perspectief). Het grondbeleid moet dienend zijn aan de maatschappelijke opgaven van de komende jaren. We maken een nieuw grondbeleid. 
  • We houden bij de omvang van onze grondposities rekening met wat we financieel kunnen dragen en met fasering van plannen, en willen grondposities korter in bezit hebben. We gaan onderzoeken of we meer bovenwijkse voorzieningen kunnen laten financieren vanuit de grondexploitatie, vanuit de gedachte dat iedereen hieraan bijdraagt.
  • We willen grip op vastgoed en pakken meer regie op accommodaties en investeringskeuzes, zodat voorzieningen voor onderwijs, sport, cultuur en ontmoeten toekomstbestendig blijven. Dit werken we uit in integrale huisvestingsplannen.
  • We maken keuzes op basis van maatschappelijke waarde. We werken toe naar een compacte en financieel houdbare vastgoedportefeuille, met zoveel mogelijk meervoudig gebruik en clustering van voorzieningen. Ook kijken we wat lokaal moet en wat regionaal kan. Daarbij verkennen we ook de mogelijkheden voor herontwikkeling van de Veluwehal.
  • Wij blijven ruimte houden voor noodzakelijke ontwikkelingen, zoals de nieuwbouw van het Van Lodenstein College.
  • We faciliteren specifieke voorzieningen voor sportverenigingen bij voldoende maatschappelijke meerwaarde en door slim te combineren. 
  • We investeren in een sporthal in Kootwijkerbroek en in Terschuur/Zwartebroek, waarbij voldoende draagvlak uitgangspunt is. 
  • We vinden het belangrijk dat inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Dorpshuizen hebben daarin een rol, maar op het niveau van de wijk zijn dat ook andere voorzieningen. Voor dorpshuizen stellen we een visie op over hoe deze ook in de toekomst hun rol als ontmoetingsruimte kunnen blijven vervullen. Grootschalig onderhoud aan dorpshuizen willen wij als gemeente uitvoeren. Voor kleinere voorzieningen willen we ruimten zoeken die passen bij wat een wijk of gemeenschap nodig heeft. 
  • We werken samen met lokale partners stapsgewijs verder aan de Groene Slinger en het Centrumplan Voorthuizen met als doel een groener, veiliger en aantrekkelijker dorpskern 
  • We willen in de buurt van woningen meer speel-, ontmoetings- en rustplekken in de openbare ruimte voor jong en oud. We zoeken daarbij naar slimme combinaties (bijvoorbeeld benutting van schoolpleinen). We onderzoeken of wij één grote speelplek in de kern Barneveld kunnen maken die door kinderen uit alle wijken gebruikt kan worden.
  • We gaan werken aan een erfgoedbeleid, waarin instandhouding, zichtbaarheid en beleefbaarheid centraal staan. Het gaat hierbij zowel om materieel als immaterieel erfgoed, zoals de Floralia. 

Opgave 8: Ruimte voor ondernemerschap

Ambitie: Wij creëren ruimte voor ondernemerschap door gericht te ontwikkelen, bestaande werklocaties beter te benutten en keuzes te maken voor bedrijven die passen bij het Barneveldse profiel. In een tijd van schaarste vraagt dit om slim organiseren, samenwerken en toekomstbestendig ontwikkelen. Daarom investeren we in vakmanschap, innovatie en vernieuwing, zodat we de economische kracht van Barneveld behouden en versterken voor de toekomst van onze gemeenschap.

Hoofdlijnenafspraken:

  • We willen meer ruimte realiseren voor ondernemen. We leggen daarbij de focus op een aantal plannen, te weten Harselaar-Zuid en Thorbeckelaan-Noord in Barneveld, Verbindingsweg in Voorthuizen, uitbreiding Puurveen in Kootwijkerbroek, uitbreiding Tolboom in Terschuur en Tolnegenweg-West in Stroe. Tegelijk zetten we in op het beter benutten en toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen. 
  • Wij richten ons bij het bieden van ruimte op eigen bedrijven die goed passen bij het economische profiel van Barneveld, zoals agro-food, maakindustrie, bouw en logistiek. Bij nieuwe bedrijven mikken we op agro-food of innovatieve bedrijven die bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige lokale economie. 
  • We blijven investeren in de aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en ondernemerschap, onder meer via Barneveld Tomorrow en het Regionaal Werkcentrum, om de krapte op de arbeidsmarkt te bestrijden. 
  • We zetten ons in voor een toekomstbestendige economie. We stimuleren samenwerking, innovatie, verduurzaming en circulaire toepassingen op bedrijventerreinen en binnen lokale ketens. We nemen daar waar nodig een actieve en verbindende rol om gezamenlijke oplossingen mogelijk te maken op het gebied van energie, verduurzaming en bereikbaarheid.
  • Wij beschouwen recreatie en toerisme als een belangrijke economische pijler in onze gemeente. Goed gastheerschap in onze gemeente vinden we belangrijk. Goede initiatieven die dit kunnen versterken, willen we faciliteren. Dit doen we in afstemming met de regio, provincie en via diverse netwerkverbanden als Visit Veluwe en de Veluwe Alliantie.
  • We zetten het beleid omtrent Vitale vakantieparken voort. Wij willen inzetten op laagdrempelige vormen van verblijf, zoals kamperen en camperovernachtingen. Wij handhaven het verbod op permanente bewoning, maar willen onder strikte voorwaarden ruimte bieden voor park­omvorming wanneer dit bijdraagt aan onze lokale woonopgaven.
  • Wij willen meer aandacht voor en inzetten op dagrecreatie, waarbij de markt en de gemeente elk hun eigen rol goed oppakken. Toeristische overstappunten vormen een aandachtspunt.
  • We blijven inzetten op het actief ondersteunen van ondernemers, onder meer via onze bedrijfscontactfunctionarissen, het verbinden van partijen en het stimuleren van samenwerking en innovatie. Dit met als doel sterke bedrijventerreinen, vitale dorpskernen en centrumgebieden en een aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat binnen de hele gemeente. 

Opgave 9: Waardevol landelijk gebied

Ambitie: Wij willen dat het landelijk gebied van Barneveld zich ontwikkelt tot een sterk, samenhangend en toekomstbestendig buitengebied, waarin de agrarische sector een dragende rol vervult. Het gebied kenmerkt zich door vitale agrarische bedrijven, schoon en voldoende water, een gezonde bodem, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een goede natuurkwaliteit. We bieden ondernemers perspectief en ruimte om te blijven ontwikkelen en innoveren, binnen de wettelijke kaders die er zijn. Met een gebiedsgerichte aanpak maken we per gebied duidelijke keuzes, zodat landbouw, natuur en leefomgeving elkaar versterken en het buitengebied economisch vitaal, ecologisch robuust en leefbaar blijft voor huidige en toekomstige generaties.

Hoofdlijnenafspraken: 

  • We zijn zuinig op onze agrariërs. Zij vervullen een belangrijke rol in onze gemeente in economisch opzicht, in de voedselvoorziening, als één van onze beheerders van het landschap en in de leefbaarheid van ons landelijk gebied. Tegelijk is verandering nodig om goed in te kunnen spelen op een duurzame toekomst. Wij staan daarbij naast onze agrariërs en bouwen voort op de ingezette (programma)lijn van de afgelopen jaren. 
  • Onze houding hierbij is positief constructief en actief. Er komt veel op de agrarische sector af. Wij pakken hierin samen met de regio een stevige rol richting Den Haag en provincie, en zetten volop in op duidelijkheid en maatwerk voor onze agrariërs, omdat alleen dan ook weer perspectief wordt geboden zowel voor hen die stoppen als voor hen die doorgaan.
  • Wij nemen onze verantwoordelijkheid door geen extra gemeentelijke regels toe te voegen op wet en regelgeving van andere overheden, onze bestaande regelgeving hierop onder de loep te nemen en de landbouwgebieden vrij te houden van conflicterende activiteiten.
  • Voor de stikstofopgave doen we mee aan de Aanpak Veluwe. We zien hierin kansen om de natuur te herstellen, het stikstofprobleem aan te pakken, en ontwikkelingen – in allerlei opzichten - weer op gang te brengen, als de randvoorwaarden goed worden ingevuld. Wij zullen hierin maximaal onze rol nemen. 
  • We zetten vanuit onze rol in op een integrale benadering van water, bodem, natuur en landbouw, en ruimtelijke inrichting in het landelijk gebied, met oog voor gezondheid, klimaatbestendigheid, waterkwaliteit, haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Waar maatregelen nodig zijn, gebeurt dit gebiedsgericht met oog voor de agrarische sector. We leggen daarbij de koppeling met gebiedsprocessen (al dan niet onder de Aanpak Veluwe).
  • Wij volgen de regelgeving als het gaat om milieubeleid. We willen teelten waarvoor relatief veel gewasbescherming nodig is, zo veel als mogelijk beperken rondom onze dorpen.  
  • De diversiteit aan agrarische cultuurlandschappen draagt bij aan de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van ons landelijk gebied. Deze willen we behouden en versterken in samenwerking met de boeren, terreinbeherende organisaties etc. Waar mogelijk combineren we dit met andere maatregelen, zoals beekdalherstel, aanleg van landschapselementen, etc. zodat opgaven elkaar versterken.

Opgave 10: Bereikbaar, nu en in de toekomst

Ambitie: Wij willen bereiken dat inwoners en werknemers een betere bereikbaarheid ervaren van woningen, arbeidsplaatsen, onderwijs, zorg, voorzieningen en sociale activiteiten. Daarbij zetten wij in op duurzame vervoerwijzen én op een goede bereikbaarheid per weg. Wij willen ook bereiken dat het aantal verkeersslachtoffers binnen onze gemeente sterk afneemt.

Hoofdlijnenafspraken: 

  • De afhankelijkheid van de auto als vervoermiddel is in Barneveld als plattelandsgemeente met een gering aanbod aan OV relatief groot. Wij willen autogebruik niet oneindig faciliteren.
  • Wij willen duurzame vervoerwijzen stimuleren zodat meer inwoners verplaatsingen over korte afstanden te voet en te fiets afleggen.
  • Met het oog op de bereikbaarheid per spoor leggen wij de focus op het verbeteren van bestaande stations (perronveiligheid) en een treinstop bij Barneveld-Noord op het spoor Amersfoort-Apeldoorn.
  • De Oostelijke Rondweg Barneveld heeft onze absolute prioriteit. Wij doen er alles aan om de randvoorwaarden voor de realisatie van de weg rond te krijgen zoals de financiering en de planologische procedure. 
  • Wij houden andere nieuwe wensen en opgaven voor infrastructuur kritisch tegen het licht en zullen op basis van een afweegkader projecten schrappen als deze in onvoldoende mate bijdragen aan onze doelstellingen.
  • Wij willen het Transferium Barneveld-Noord in eigen handen houden met het oog op een eventueel nieuw station en onderzoeken een betere benutting. 
  • Uit oogpunt van leefbaarheid vinden wij het niet noodzakelijk dat parkeerplaatsen altijd op (hele) korte afstand van woningen en bedrijven worden aangelegd. Dit mag ook op grotere afstand, bijvoorbeeld in combinatie met aanbod van deelauto's in zogeheten wijkhubs.
  • Wij willen het betaald parkeren op de terreinen in Barneveld-Centrum zoveel mogelijk gelijk maken en vereenvoudigen. Wij willen geen betaald parkeren invoeren in Voorthuizen.
  • Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken hebben we vanaf het begin aandacht voor een goede ontsluiting en bereikbaarheid. 
  • We hebben aandacht voor de verkeersveiligheid in de centra van onze dorpskernen.
  • Bij het afwegen van verkeerskundige maatregelen houden wij aandacht voor aanrijdtijden van hulpdiensten.
  • Wij stellen ons ten doel om het aantal verkeersslachtoffers binnen onze gemeente sterk te verminderen en zullen onder andere meer doen aan gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers, omdat gedrag vaak oorzaak blijkt te zijn van verkeersongevallen. 

3.3 Bestuurlijke en Organisatorische opgaven

De afgelopen jaren heeft de organisatie gewerkt aan een stevige basis voor de toekomst, zodat de organisatie kan meegroeien en complexe vraagstukken aankan. Daarbij zijn belangrijke stappen gezet, zoals een nieuwe organisatiestructuur en een duidelijke manier van sturen. Tegelijk staat de organisatie voor nieuwe opgaven en blijft het belangrijk om verder te ontwikkelen op de ingezette lijn en te verbeteren waar nodig. 

Opgave 11: Besturen, publieke dienstverlening en samenwerken

Ambitie: De gemeente Barneveld houdt de kwaliteit van haar dienstverlening op peil en ontwikkelt deze waar nodig verder om groei op te vangen en mee te bewegen met landelijke ontwikkelingen. Hierbij is het behoud van fysieke loketten uitgangspunt. We zorgen samen met andere overheden dat onze digitale basis toekomstbestendig blijft en zetten technologie bewust en verantwoord in, met oog voor doelmatige inzet van AI en informatieveiligheid. We willen meer grip op inkoop en daarbij sterker sturen op kwaliteit. Tegelijk versterken we de realisatiekracht van de organisatie door focus aan te brengen in grote opgaven, met duidelijke verantwoordelijkheid per opgave en waar passend uitbesteding om sneller resultaat te behalen. De organisatie ontwikkelt zich mee met deze koers en wil een aantrekkelijke werkgever blijven.

Omdat veel opgaven gemeentegrenzen overstijgen, werken we actief samen met inwoners, partners en andere overheden en betrekken hen eerder bij keuzes en uitvoering. In de regio nemen we een stevige rol. Zowel in het fysiek domein binnen de Regio Foodvalley als belangrijk samenwerkingsverband, als in het sociaal domein. Verder zetten we in op lobby en samenwerking om onze doelen sneller te bereiken, meer middelen te benutten en onze invloed te vergroten.

Hoofdlijnenafspraken: 

Samenwerken in netwerken 

  • We zetten participatie gericht en vroegtijdig in op momenten met maatschappelijke en strategische betekenis, met duidelijke kaders vooraf van de gemeenteraad en blijvende aansluiting achteraf.
  • We leggen helder uit hoe participatie werkt en wat er met de inbreng gebeurt. We gaan het participatiebeleid vereenvoudigen en intensieve vormen zoals co‑creatie alleen toepassen waar daadwerkelijk ruimte is om inbreng te laten meewegen in keuzes.
  • We bouwen voort op wat in dorpen en wijken goed werkt en organiseren voldoende realisatiekracht om flexibel mee te bewegen met ontwikkelingen en initiatieven in de samenleving. Eventuele inwonersinitiatieven en voorstellen gaan we vroegtijdig beoordelen op hun bijdrage aan onze focusopgaven, zodat initiatieven en gemeentelijke inzet elkaar versterken.
  • We bewegen flexibel mee in de ontwikkeling van dorpen, maar willen tegelijkertijd duidelijk zijn over wat wel en niet mogelijk is. Gebiedsregisseurs hebben daarin een belangrijke rol. We borgen dat gebiedsregisseurs zowel intern binnen de organisatie als extern met de maatschappelijke partners en andere betrokkenen structureel aan tafel zitten. 
  • We willen dat sociaal en fysiek beleid in een gebied samen worden opgepakt en elkaar versterken. Tot één samenhangende aanpak, waarbij leefbaarheid, ontmoeting en ruimte ontwikkeling hand in hand gaan. 
  • We begeven ons gericht en actief in regionale verbanden om het belang van de gemeente Barneveld te behartigen. We intensiveren gericht de regionale samenwerking. Zowel in het fysiek domein binnen de Regio Foodvalley als belangrijk samenwerkingsverband, als in het sociaal domein. Het is nodig om hier ambtelijk in ondersteund te worden. We zijn bereid om hier extra capaciteit op in te zetten. 
  • In het belang van regionale samenwerking zijn we bereid om een deel van ons lokale beleid regionaal neer te leggen en in voorkomende situaties niet aan ons eigen mandaat vast te houden. 
  • We zien meerwaarde in het behouden van het lidmaatschap van regio Amersfoort op het thema bereikbaarheid. We ontwikkelen onze samenwerking op specifieke thema's binnen het gebied van het sociale domein (zorg). 
  • We zijn via professionele Public Affairs en lobby tijdig aangehaakt op provinciale en landelijke besluitvorming. Zo benutten we kansen, versterken we onze positie en vergroten we de regie, uitvoeringskracht en resultaten van Barneveld in samenwerking met anderen.

Dienstverlening aan inwoners en bedrijven

  • We willen voor de inwoner en ondernemer zo veel mogelijk één aanspreekpunt binnen de organisatie om zo goede dienstverlening te bevorderen.
  • We volgen zo veel mogelijk voorstellen uit de collectiveringsagenda van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Dat betekent het meer collectief organiseren van gemeentelijke digitalisering, waarbij we accepteren dat gemeentelijk maatwerk in onze dienstverlening niet altijd haalbaar is.
  • We maken zo veel mogelijk gebruik van de diensten uit het Fonds Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU) van de VNG bij het verbeteren van onze eigen dienstverlening. Daarbij blijft het mogelijk om beargumenteerd op basis van de Omgevingsvisie en Visie Sociaal Domein niet deel te nemen.
  • We volgen de ontwikkelingen ten aanzien van proactieve dienstverlening, maar zijn realistisch in wat wij als gemeente op kunnen pakken.

Toekomstbestendige organisatie en digitale transformatie 

  • We pakken grote veranderingen aan in tijdelijke werkprogramma's met een duidelijke focus, waarin we mensen en middelen samenbrengen over grenzen heen. Zoals de programma's Bestaanszekerheid en Waardevol landelijk gebied. 
  • We investeren in de doorontwikkeling van de organisatie. We willen:
    • Prioriteit geven aan de grote opgaven.
    • Op de grote opgaven één aanspreekpunt in de organisatie om versnippering binnen de opgave te voorkomen.  
    • Programmamanagers meer mandaat en ruimte geven om door te kunnen pakken op de grote opgaven.
    • De organisatie ruimte geven om, waar dat effectiever of doelmatiger is, belangrijke opgaven en werkzaamheden (geheel of gedeeltelijk) extern te beleggen. 
    • Meer grip op proces van inkoop en we willen dat kwaliteit in de inkoop meer gewicht krijgt. 
  • We zorgen samen met de ambtelijke leiding voor de invulling van goed werkgeverschap, waarbij wij door het stellen van de juiste prioriteiten ruimte bieden om rust en focus in de organisatie te creëren. We waarderen onze medewerkers als belangrijkste kapitaal, zorgen dat ze zich kunnen ontwikkelen en tot hun recht kunnen komen in de organisatie  
  • We laten de organisatie alleen selectief en gericht groeit; passend bij de groei van de gemeente; de focus op de grote opgaven en wat nodig is om ze goed te realiseren. 
  • We brengen de mogelijkheden om efficiënter te werken in kaart en vragen de organisatie om deze daar waar mogelijk te realiseren.
  • Wij willen dat digitale ontwikkelingen gelijke tred houden met hoe onze dienstverlening zich verder ontwikkelt. Dat betekent dat we digitalisering inzetten op een manier die meegroeit met de veranderingen en verbeteringen in onze dienstverlening. En daarbij aansluit bij de behoeften van onze inwoners en ondernemers.  
  • Wij willen dat de organisatie een strategie ontwikkelt als het gaat om continuïteit van de bedrijfsvoering en dienstverlening. Specifiek hebben we daarbij aandacht voor afhankelijkheden van techleveranciers en partners. 
  • We zetten AI verstandig in om sneller en efficiënter te werken voor inwoners en ondernemers en zorgen voor de veiligheid van (privacygevoelige) gegevens door te investeren in informatiebeveiliging en training van medewerkers.

Meerjarenperspectief

Ambitie: Wij hebben financiële beheersing als een belangrijk speerpunt. Daarom bereiden wij in de periode 2026-2028 maatregelen voor om te komen tot duurzaam financieel evenwicht in de jaren 2029 en verder. Wij doen dit in relatie tot de inhoudelijke keuzes.

Hoofdlijnenafspraken:

Ombuigingen

  • Wij handhaven de bestaande ombuigingen, maar willen tegelijk ruimte creëren voor nieuwe beleidsvoornemens. Dat betekent dat financiële ruimte gezocht moet worden, wat kan leiden tot extra ombuigingen en/of tot de beslissing om bestaand beleid in te ruilen voor nieuw beleid.

Belastingverhogingen

  • We zien ons genoodzaakt om de extra verhoging van de OZB en forensenbelasting van 2,5% per jaar tot en met 2028 te handhaven. Deze zijn vanaf de begroting 2025 onderdeel van het meerjarenperspectief. De extra opbrengsten zijn nodig voor investeringen in onder andere infrastructuur en onderwijshuisvesting. Daarnaast ook voor het toekomstbestendig maken van een gemeente met flink meer inwoners. Vanaf 2029 zetten wij de extra verhoging van de OZB op 0,0% en hanteren wij hiervoor alleen de inflatiecorrectie.
  • Als vanaf 2029 financiële ruimte nodig is onvoorziene uitgaven te kunnen betalen, dan doen we dat eerst door middel van ombuigingen in de lasten of het inruilen van bestaand beleid voor nieuw beleid. Pas als dat aantoonbaar niet lukt, dan kijken we naar verhoging van belastingen.

Investeringen en financiering

Ambitie: Wij hebben grote ambities om te blijven investeren in woningbouw en de nieuwe en bestaande infrastructuur en voorzieningen die daarmee samenhangen. Wij doen dat op een verantwoorde manier die past bij wat we financieel en organisatorisch kunnen dragen.

Hoofdlijnenafspraken: 

Inhoudelijk afwegingen

  • Wij realiseren ons dat er keuzes gemaakt moeten worden. Goed evenwicht tussen een financieel gezonde huishouding en de groeiambitie van de gemeente, vraagt voortdurend om keuzes maken en om daarbij steeds alle investeringen in zijn geheel af te wegen. Wij gaan spelregels ontwikkelen om deze keuzes objectief te kunnen maken. Hierbij zullen we bij verdere prioritering onder meer kijken naar wettelijke en contractuele verplichtingen, veiligheid, duurzaamheid, effect van netcongestie en stikstof, financiële haalbaarheid, relevantie van investeringen voor inwoners, invloed op organisatie en uitvoeringscapaciteit. 
  • Wij gebruiken categorieën waarvoor we deze spelregels ontwikkelen. Als gemeente met een groeiopgave maken we daarbij onderscheid tussen instandhouding en nieuwe investeringen. Instandhouding is gebaseerd op beheerplannen, waarin het ambitieniveau kan worden vastgelegd. Nieuwe investeringen vragen een nauwkeuriger inhoudelijke afweging, waar we onderscheid maken naar investeringen uit wettelijke taken, noodzakelijke investeringen en wenselijke investeringen.
  • Wij streven naar het wegwerken van de voorraad opgestarte investeringsprojecten uit achterliggende jaren. Daarnaast heroverwegen we de voorraad nog niet opgestarte investeringsprojecten aan de hand van bovengenoemde spelregels.
  • Voldoende kwaliteit en het vermijden van achterstallig onderhoud van riolering en wegen zijn belangrijk. Wel kijken we bij investeringen hierin of we op basis van de beheerplannen kunnen vertragen, uitstellen of versoberen. Daarnaast kijken we of we slim kunnen combineren en programmeren. 
  • Bij de uitvoering van het integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting (IHP Onderwijs) verdelen we de investeringen meer gelijkmatig en plannen we deze in overleg meer realistisch binnen de planperiode van het IHP Onderwijs (12 jaar). Hierbij handhaven wij het totaalbedrag aan investeringen uit het IHP Onderwijs en respecteren wij de bestuurlijke afspraken die met de individuele scholen zijn gemaakt. Wij kiezen voor een realistische spreiding, omdat uit ervaring blijkt dat het realisatietempo door verschillende factoren kan tegenvallen. We vlakken hiermee de piek in de eerste vier jaar af.
  • Voor de grote investeringsprojecten van de lijst majeure investeringen kijken we wat we wanneer kunnen doen en hoe we het kunnen financieren. We realiseren ons dat we deze investeringen niet alleen kunnen doen en daarin afhankelijk zijn van Rijk en provincie(s). Ook zal niet alles in deze coalitieperiode gerealiseerd hoeven en kunnen worden, maar we zetten concrete stappen om de realisatie mogelijk te maken op het moment dat het noodzakelijk is.
  • We werken aan integrale huisvestingsplannen voor ons overige vastgoed (sport en welzijn/cultuur), zodat we langjarig tot een goede investeringsplanning voor deze categorie komen. Ook voor de overige categorieën, zoals bedrijfsmiddelen, werken we nadere spelregels uit.

Financiële kaders

  • Wij nemen een gezonde financiële positie, ook op lange termijn, als een belangrijk uitgangspunt. Wij hebben onze huidige en voorgenomen investeringen geanalyseerd. Op basis van de uitkomsten werken wij verdere kaders uit rondom investeringen, leningenportefeuille en reservepositie die de gezonde financiële positie moeten garanderen. Waar nodig gaan wij hierover in overleg met de provincie als financieel toezichthouder. De eerste uitkomsten van de analyse delen wij bij de Kaderbrief 2027.
  • Door de keuzes die we hieronder maken, betekent dit dat we met de schuldpositie scherp aan de wind varen. Daarom vinden wij het noodzakelijk om onze reserves op peil te houden, de waarde van de bouwgronden op een verantwoord niveau te houden en te zorgen voor een sluitende begroting, ook in de toekomst. 
  • Wij gaan uit van een meerjarig investeringsplafond van gemiddeld € 35 miljoen per jaar voor de komende 10 jaar, waarbij een maximale piek van € 45 miljoen in een jaar kan worden gerealiseerd. Voor de coalitieperiode betekent dit een totaal investeringsniveau van maximaal € 140 miljoen. Binnen dit plafond maken we inhoudelijke afwegingen om investeringen te kunnen prioriteren, met een evenwichtige verdeling over categorieën. Daarnaast heroverwegen we binnen dit plafond de investeringen die in de achterliggende jaren al wel gepland stonden, maar waarvan de uitvoering nog niet is gestart.
  • Wij gaan veel investeren, maar vinden het van groot belang onze schulden beheersbaar te houden. Wij streven naar een schuldquote van 130%, waarbij we ons realiseren dat in de komende 10 jaar de schuldquote tijdelijk gaat oplopen. Passend bij het hiervoor genoemde gemiddelde investeringsplafond en de hierna te noemen gemiddelde waarde van de bouwgronden, maximeren we deze piek op 175%. Met het vaststellen van een streefwaarde voor de schuldquote willen we niet de groei op slot zetten. We kijken jaarlijks wat realistisch is en doen daar jaarlijks bij de kadernota voorstellen voor. Daarbij is ook van groot belang welke mogelijkheden het Rijk en/of de provincie hebben voor subsidiëring en co-financiering, en hoe de overige kengetallen zich ontwikkelen.
  • Zo lang de leningenportefeuille toeneemt, houden wij onze reservepositie op peil. We sturen op een minimale solvabiliteit van 35%. Dat betekent dat we de algemene reserve en de reserve ‘verantwoord groeien’ in de eerste plaats inzetten voor de financieringsfunctie, en dat wij terughoudend zijn om hier uitgaven of kapitaallasten uit te dekken. Daarmee passen wij de eerdere uitgangspunten rondom de reserve ‘verantwoord groeien’ aan. Het op peil houden van reserves kan zowel via geplande stortingen plaatsvinden, als via storting van incidentele positieve jaarrekeningresultaten.

Grondexploitatie en woningbouwproductie

  • We houden de resultaten uit onze grondexploitaties apart van onze reguliere begroting. Dat betekent dat gerealiseerde winsten uit grondexploitaties apart worden gezet in een bestemmingsreserve om eventuele tekorten uit verlieslatende exploitaties op te kunnen vangen en nieuwe investeringen in grond te kunnen doen.
  • Voor de waarde van de bouwgronden in ons bezit streven we voor de lange termijn naar een gemiddeld bedrag van € 30 miljoen.
  • Voor eigen grondposities kijken we met name naar gronden waar al gebruik is gemaakt van het voorkeursrecht.

Subsidies en cofinanciering

  • We gaan als Barneveld actief op zoek naar mogelijkheden van cofinanciering op basis van Europese, nationale en/of provinciale subsidies. We gaan het gesprek aan als ons in het kader van wederkerigheid wordt gevraagd extra inspanningen te leveren op bijvoorbeeld woningbouw.

Met dit akkoord ligt er een gezamenlijke richting voor de komende jaren. De volgende stap is om deze koers te vertalen naar een concreet bestuursprogramma voor de periode 2026–2030. Daarin maken we zichtbaar wat we wanneer oppakken en hoe we dat organiseren. We zorgen er tegelijk voor dat dit programma goed aansluit bij onze jaarlijkse planning- en controlcyclus, zodat keuzes, uitvoering en verantwoording steeds met elkaar verbonden blijven.

We doen dit in nauwe afstemming met de gehele gemeenteraad. Een goede samenwerking tussen raad en college is van belang. We betrekken elkaar tijdig, houden elkaar scherp en geven ruimte voor het gesprek. Zo bouwen we samen, met de hele raad, aan duidelijke keuzes en een voortvarende uitvoering.

We vragen het college halverwege de bestuursperiode bewust stil te staan bij waar we staan. Met een tussentijdse evaluatie kijken we in samenwerking met de gehele gemeenteraad wat goed gaat, wat anders moet en waar bijsturing nodig is. Zo houden we de koers niet alleen vast, maar houden we die ook passend bij de praktijk.

Aan het einde van de bestuursperiode blikken we terug op wat we hebben bereikt en wat dat heeft betekend voor Barneveld. Daarmee sluiten we deze periode zorgvuldig af en leggen we een basis voor wat daarna komt. Zo houden we zicht op waar we naartoe werken én op wat we onderweg nodig hebben om daar te komen.

Wim Oosterwijk (1e locoburgemeester)

  • Regionale visie/Afvaardiging RFV
  • Plattelandsontwikkeling/landbouw
  • Economie
  • Circulaire economie
  • Toerisme en Recreatie
  • Financiën
  • Vastgoed
  • Handhaving
  • Gebiedswethouder Harselaar, Voorthuizen

Daan de Vries (2e locoburgemeester)

  • Preventie
  • Sport en bewegen
  • Publieke gezondheid en jeugdgezondheid
  • Ambulancezorg en AED-netwerk
  • Onderwijs: algemeen, onderwijshuisvesting en onderwijsachterstanden
  • Cultuur, evenementen, kunst, monumenten
  • Leerlingenvervoer/Valleihopper
  • Dorpenbeleid
  • Participatie en Communicatie
  • Gebiedswethouder Kootwijk, Zwartebroek/ Terschuur

Jan Top (3e locoburgemeester)

  • Ruimtelijke ordening
  • Grondbeleid
  • Wonen
  • Omgevingsdienst De Vallei (OddV)
  • Dienstverlening
  • Bedrijfsvoering
  • Organisatieontwikkeling
  • ICT
  • Gebiedswethouder Garderen, Kootwijkerbroek

Jolanda de Heer-Verheij (4e locoburgemeester)

  • Jeugdhulp
  • Hervormingsagenda Jeugd
  • Onderwijs: jeugdhulp, leerrecht en schoolaanwezigheid, OOGO
  • WMO
  • Bestaanszekerheid
  • Schuldhulpverlening
  • Werk, inkomen en arbeidsmarktregio
  • Opvang en asiel
  • Inburgering
  • Zorg en veiligheid
  • Gebiedswethouder Barneveld-Zuid, De Glind

Theo Bos (5e loco)

  • Energie
  • Verkeer en vervoer
  • Water (inclusief riolering en klimaatadaptatie)
  • Duurzaamheid
  • Openbare ruimte
  • Biodiversiteit en groen
  • Milieu
  • Grondstoffenbeleid en afval
  • Gebiedswethouder Barneveld Centrum, Barneveld-Noord, Stroe